Over het gebouw

Welk verhaal zit er achter de prachtige monumentale gevel van Stedelijk Museum Breda? En wie zijn de twee mannen boven de toegangspoort? Ontdek meer over de geschiedenis van het pand, de zaalindeling en over de toegankelijkheid van het museum.

Als muren konden praten, zouden die van Stedelijk Museum Breda vele bijzondere anekdotes vertellen. Op de plek waar nu kunst de wanden siert, stond rond 1246 een Gasthuiscomplex. In de 19de eeuw maken de zieken uit het gasthuis plaats voor mannen op leeftijd. De twee afgebeelde figuren op de gevel van het monumentale pand getuigen nog van dit Oudemannenhuis. Nadat ook de bejaarden vertrekken, krijgt het gebouw een culturele functie. Tegenwoordig is het de plek van Stedelijk Museum Breda. Nu omhullen de muren zowel de kunstcollectie als de geschiedenis van de stad.

In het middeleeuwse jaar 1246 duikt er een eerste vermelding van het Gasthuis op. In dat jaar laat Godfried IV van Schoten, heer van Breda, in zijn testament optekenen dat hij een klein legaat schenkt aan het ‘hospitale de Breda’, oftewel het Gasthuis. Oorspronkelijk ligt het pand buiten de stadsmuur en aan de weg richting ’s Hertogenbosch. Vandaar de naam Boschstraat. Deze straat stond ook bekend onder andere namen, zoals ‘Buiten de Gasthuispoort’ en ‘Gasthuiseinde’. Naast het Gasthuis ligt de Gasthuispoort. Hier komen mensen de stad binnen. In 1531 worden nieuwe vestingwerken aangelegd waardoor het Gasthuis binnen de vesting komt te liggen. 

B.F. Immink naar P. de Swart, Gasthuis, prent, 1743, Collectie Stedelijk Museum Breda, ST00209


Het Gasthuis heeft twee doelen. Het ene is het onderbrengen van arme reizigers en pelgrims. Het andere is het verzorgen van geestelijk of lichamelijk zieke inwoners van de stad die nergens anders terecht kunnen. Ook speelt het gasthuis een rol wanneer er een pestuitbraak is. Pestlijders worden gescheiden van de rest van de bevolking en onder andere op het Gasthuiscomplex ondergebracht. Als liefdadigheidsinstelling herbergt het complex verschillende diensten. Zo is er een beijerd (passantenverblijf), een kapel en een begraafplaats. Later komen daar een brouwerij, boerderij, bakkerij, groentetuin, wasserij en een bleekveld bij. Religieuze organisaties nemen de verzorging van reizigers en zieke burgers op zich. Rijken en edelen voorzien in de nodige financiële middelen.

Gevelbord van een van de kleine huisjes op het Gasthuiscomplex, 1684, Collectie Stedelijk Museum Breda, S05561


In de loop van de middeleeuwen verliest het Gasthuis zijn functie als opvang voor reizigers en pelgrims. Herbergen en logementen nemen die rol over. In de 16de eeuw wordt het pand aan de Boschstraat meer een verzorgingshuis. Ouderen kunnen er tegen betaling terecht voor verzorging op hun oude dag. Daarnaast neemt het huis bejaarden op vanuit liefdadigheid. Het Gasthuis breidt in 1643 uit met een eetzaal. Ook krijgt het een nieuwe voorgevel naar een ontwerp van meestersteenhouwer Laureys Drijffhout. Drijffhout levert in opdracht van Frederik Hendrik (prins van Oranje-Nassau) onder andere een bordestrap voor Huis Honselaarsdijk. Dit doet hij samen met zijn broer Bartholomeus. Drijffhout is daarna inwoner geworden van Breda. Naast zijn taak als opziener van de prins heeft hij verschillende bouwprojecten in de stad onder zijn hoede.

Over de voorgevel schrijft Drijffhout in 1643 dat er in lijn met de ionische bouworde een zware, massief stenen poort komt. Deze bestaat uit basementen, pilasters (ornamenten in zuilvorm), kapitelen (kopstukken van de zuilen), architraaf (dragende balk) en festoenen (slingervormige versieringen) van Bentheimer zandsteen. Voor twee pilasters ontwerpt Laureys een voetstuk met daarop twee figuren uit de klassieke oudheid, die eruit zien als twee oude mannen met hun stokken. In de volksmond heten ze Thijs en Geert. Ze prijken nog altijd op de gevel. De pilasters, architraaf en kroonlijst zijn samen het beste voorbeeld van Hollands classicisme in Breda.

Vanaf 1798 duidt men het Gasthuis officieel aan als Oudemannenhuis. Het is dan een echt bejaardenhuis voor oude mannen geworden. In 1866 komt er een ziekenzaal bij. Ook wordt de slaapzaal vergroot. Er komt een badkamer en het huis krijgt een knecht plus een woning voor de verpleging van zieke mannen. In verband met de hygiëne vervangt men de ‘beddekoetsen’, oftewel houten slaapplaatsen, door ijzeren kribben. Na de verbouwing is er plaats voor 51 mannen. Daarvoor schommelt het aantal tussen de 12 en 30.

Groepsportret van bewoners in de eetzaal van het Oude Mannenhuis, 1933, Collectie Stadsarchief Breda, 19550220


Na 1900 neemt de overheid geleidelijk de rol op het gebied van ouderenzorg over van kerkelijke en particuliere initiatieven. Er komen verschillende nieuwe wetten. De belangstelling voor het Oudemannenhuis loopt daardoor terug. In 1953 verhuizen uiteindelijk de laatste mannen naar het Sint-Elisabethsgasthuis aan de Haagdijk. Een alternatieve bestemming voor het pand is er al: het krijgt een nieuw leven als cultureel centrum ‘de Beyerd’. Om plaats te maken voor een ringweg sloopt de Gemeente Breda in 1957 de kapel. Ook huizen aan de Vlaszak en de Beyerd gaan tegen de grond. In 2008 vestigt het Graphic Design Museum zich in het pand, later Museum Of The Image genoemd. In het voorjaar van 2017 opent de huidige bewoner van het pand zijn deuren: Stedelijk Museum Breda.

Slaapzaal Oude Mannenhuis, 1933, Collectie Stadsarchief Breda, 19550222


Achter de poort: toegankelijk voor iedereen
 
Wat deze voormalige bewoners en gasten voor de stad betekenden, zie je terug in het museum. Zo werkt dat nog steeds: ook Bredanaars van nu leveren hun bijdrage aan het museum, via NEXT. Zo zetten we de traditie voort.

Iedereen is welkom in Stedelijk Museum Breda. Of je nu een kop koffie komt drinken of de nieuwste tentoonstelling bezoekt. En die gastvrijheid betekent ook dat het museum rolstoel-vriendelijk is: we hebben een lift en er zijn rolstoelen te leen.

Over het gebouw
Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief