Liever bedachtzaam dan activistisch - ZOUT

04 mei 2022
Liever bedachtzaam dan activistisch - ZOUT

De hedendaagse beeldende kunst functioneert in Breda als mentale vluchtheuvel in een steeds drukkere wereld. De tentoonstelling Razende stilstand laat zien hoe rijk de oogst van een halve eeuw is, maar ook welke kunstenaars nog ontbreken in de collectie van Stedelijk Museum Breda.

Kunst vezelfabriek Enka maakte begin jaren zeventig nette winsten maar moederbedrijf Akzo wilde de Bredase vestiging toch sluiten. Terwijl de arbeiders uit protest de productie platlegden in de eerste bedrijfsbezetting van Nederland, zat Pieter Laurens Mol iets verderop in zijn atelier te schilderen. Negen jaar later dreigde het in de Oranjestad uit de hand te lopen toen de politie 148 jongeren met molotovcocktails arresteerde die de komst van Beatrix tijdens Koninginnedag wilden verstoren. Maar daar is weinig van terug te vinden in de Meditatieve Kosmische Oriëntatie die Hubert Leyendeckers rond die tijd maakte. En op het moment dat in 2008 Lehman Brothers failliet ging en een groot deel van de internationale bankensector mee de afgrond in sleurde, fotografeerde Paul den Hollander in zijn Bredase tuin het verval van plantjes.

Breda is geen geïsoleerd, wereldvreemd oord. De geschiedenis, in de vorm van vooruitgang, opstootjes en tegenslagen, heeft ook hier zijn sporen nagelaten. Maar de kunstenaars van Breda haken daar – anders dan hun collega’s in de grote steden – niet direct op aan. In plaats van activistisch en bovenop de actualiteit is hun werk vooral reflecterend en bedachtzaam. Dat is waar Razende stilstand aan refereert, de titel van de tentoonstelling over vijftig jaar hedendaagse kunst in Breda.

Margot Zweers, Flat Object #14, 2020


De kunst wordt gepresenteerd op niet- chronologische wijze, in tijdvakken die groter worden naarmate ze recenter zijn. Een ‘omgekeerde telescoop’, noemen Marjolein van de Ven en Ad van Rosmalen, respectievelijk conservator en gast-curator, die aanpak. Soms is het werk klassiek museaal gehangen, met volop ruimte rondom, maar vaker is gekozen voor een salonopstelling, waarbij onverwachte dwarsverbanden ontstaan. Zo gaat de neo-expressionistische schilderkunst van Mado Schoolmeesters een compositorisch één-tweetje aan met de digitale collagefotografie van Ruud van Empel.

In het midden van de tentoonstellings- ruimtes staan stellages met sculpturen en nog belangrijker: foto’s en documenten die verwijzen naar de maatschappelijke ontwikkelingen in de ontstaanstijd van de getoonde kunst. Naast de bedrijfsbezetting van Enka en de bankencrisis zijn dat onder andere 9/11 en de vrijlating van Nelson Mandela. Maar de kunst wordt hier niet gereduceerd tot illustratie bij de geschiedenis. Het is eerder andersom. De nieuwsfoto’s functioneren als een soort ankers die de kunst vasthaken in de tijd.

Op het kruispunt van geschiedenis en recente kunsthistorie toont Razende stilstand ook de ontwikkeling van het hedendaagse kunstcircuit van Breda. Dat was begin jaren zeventig behoorlijk vooruitstrevend, met veel aandacht voor performance en fotografie, een medium dat toen door velen nog niet voor vol werd aangezien. De multi-getalenteerde MoniekToebosch, die net zo goed muziek maakte als acteerde of regisseerde, drukte haar stempel op deze periode. Ook Teun Hocks, die steevast als ‘het mannetje’ figureerde in zijn eigen absurdistische foto’s, was in opkomst. De Bredase kunstenaars vormden een hechte club maar velen vertrokken op den duur.

Het geborduurde staatsieportret van een Marokkaans tienermeisje met hoofddoek torent uit boven de werken van de macho grootheden van decennia geleden.

De volgende generatie richtte in 1981 Lokaal 01 op, het eerste kunstenaarsinitiatief van de stad, dat later overging in Club Solo. Hier kreeg het experiment ruim baan en die vernieuwingsdrang sijpelde ook door in de kunstacademie. Lange tijd was de afdeling Monumentaal dominant en werden studenten vooral opgeleid om religieuze gebruiksvoorwerpen te maken. Maar de ontkerkelijking sloeg ook toe in Breda en de academie moderniseerde tot een instelling die tegenwoordig op het gebied van grafische vormgeving, fotografie en animatie tot de sterkste van Nederland behoort.

Michiel van der Zanden, ColorWorks, 2016


Op museaal vlak werd de stad bediend door De Beyerd. Halverwege de jaren tachtig legde dit museum als eerste in Nederland een stadscollectie aan, die zeker tien, twaalf jaar de vinger aan de pols van de lokale kunst hield. Daar kwam de klad in toen de gemeente besloot voluit te gaan voor het nieuwe Chassé Theater en er voor andere instellingen weinig budget overbleef. Museum De Beyerd werd omgevormd tot Graphic Design Museum en vervolgens omgedoopt tot Museum of the Image (MOTI). De focus lag hier op beeldcultuur, waardoor de beeldende kunst een beetje in het verdomhoekje belandde.

Dat verklaart het grote gat in de stadscollectie dat zichtbaar is in Razende stilstand. Maar ook te zien zijn de ‘inhaalinkopen’ die zijn gedaan sinds 2017, het jaar dat met de opening van Stedelijk Museum Breda kunst weer de aandacht kreeg die haar toekomt. Speciaal voor de huidige tentoonstelling zijn een paar werken aangekocht, zoals Aya van Cécile Verwaaijen. Dit geborduurde staatsieportret van een Marokkaans tienermeisje met hoofddoek torent uit boven de werken van Teun Hocks, Harrie de Kroon en Marius Boender – de macho grootheden van decennia geleden.

Vrouwelijke kunstenaars zijn ondervertegen- woordigd in de museumcollectie en moeten meer worden verzameld, staat te lezen in het collectieplan dat de tentoonstellingsmakers halverwege dit jaar presenteren. Het is ambitieuze langetermijnvisie, waarmee al in 2019 een begin is gemaakt toen de tentoonstelling Raketstart in kaart bracht wat er op dat moment op beeldend kunstvlak gebeurde in Breda. Razende stilstand fungeert op zijn beurt als lanceerplatform richting de toekomst.

Het originele artikel is verschenen in ZOUT magazine 5-2022.

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief