De tentoonstelling van Pieter Laurens Mols werk puilt uit van de verbeeldingsrijke vondsten - Volkskrant

25 augustus 2022
De tentoonstelling van Pieter Laurens Mols werk puilt uit van de verbeeldingsrijke vondsten - Volkskrant

Alles eraan klopt: van de vormgeving tot de selectie tot de door Mol zelf (met poëtische flair) ingesproken audiotour.

Ergens eind jaren zestig herrees Pieter Laurens Mol (75) uit zijn as. Niet letterlijk natuurlijk – het was niet Laurens Mol-de man die door het vuur ongedeerd bleef, als was hij een feniks of dat monster uit Stranger Things. Laurens Mol-de kunstenaar, díé verrees uit zijn as.

Het wordt gememoreerd in Dinsdag 20 februari 1968 (1968), een installatie bestaand uit de foto van een brand en een schoensmeerachtig blikje. Dat blikje blijkt een urn. Het bevat de as van de schilderijen die de jonge Laurens Mol de bewuste nacht verbrandde (de foto): tijdens zijn debuuttentoonstelling in Breda hadden de werken niet de gehoopte reacties geoogst en door de fik erin te steken dacht Mol een nieuwe start te maken. Die daad (en de registratie ervan) was de kiem van zijn conceptueel georiënteerde werk, en, indirect, voor de tentoonstelling die nu te zien is in het Stedelijk Museum Breda, Nachtvlucht.

Deze expositie is met afstand de beste die ik de afgelopen jaren heb gezien. Alles eraan klopt: van de vormgeving tot de selectie tot de door Mol zelf (met poëtische flair) ingesproken audiotour. Er is werk uit alle fasen van Mols loopbaan, die in ons land onterecht onderbelicht is gebleven; stukken die qua techniek, materiaal en formaat dermate van elkaar verschillen dat ze soms gemaakt lijken door verschillende kunstenaars. Wat ze toch herkenbaar maakt als typische Pieter Laurens Mols is de speelsheid waarvan ze getuigen, de humor en nieuwsgierigheid, de gedeelde thematiek. Hier zien we Mols duistere kant: al het werk heeft te maken met de nacht en het donker.

‘Inertia’ (1979). Zwart-witfoto, houten lijst, 45,5 x 59,5 cm.Beeld Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed


Mol blijkt een nachtuil. Zijn leven lang is hij gefascineerd geweest door de duisternis. Als twintiger liep hij ’s nachts door Breda met een groot schilderij van een Andreaskruis, als was hij een levend locatiepijltje. Een jaar of tien later, toen hij in Amsterdam woonde, schoot hij een lichtbeeld van een slapende vrouw de ruimte in – een lichtbeeld dat nog altijd door de kosmos straalt, als het intussen tenminste niet op een asteroïde is gebotst.

Nog later kwam hij in de greep van innerlijke duisternis, getuige melancholieke fotowerken als Inertia (1979), al moeten we ervoor waken om Laurens Mols artistieke alter ego’s gelijk te stellen aan de man zelf. Op andere momenten was hij vol ontzag voor de duisternis, zoals te zien in de sectie over de overweldigende en inspirerende kant van het heelal.

De tentoonstelling puilt uit van de verbeeldingsrijke vondsten, en dit deel nog wel het meest. Een zadel om de maan te berijden, een lampje dat brandt op Lamp Black-verf. Veel van Mols werken zijn conceptueel in de beste zin van het woord: ze vinden hun voltooiing pas in het hoofd van de kijker. Double Parasite (1988), bijvoorbeeld, lijkt een conventionele houtsnede van de sterrenhemel, tot je beseft dat het wit erin is ontstaan door houtwormen die de plank hebben geperforeerd: geen gasnevels maar wormholes deden dit firmament ontstaan.

‘Mining My Mind’ (1985). Siberisch krijt op papier, geschilderde houten lijst, 55 x 66,5 cm.Beeld Stedelijk Museum Breda


Op de tekening Mining my mind (1985) is het dan weer het hoofd van de kunstenaar zelf waar de actie begint. In donkere lijnen toont Mol hoe hij de diepten van zijn geest ontgint, als was het een diamantmijn. Kijkend naar zulk werk ontgin ik míjn geest voor woorden die deze gelaagde, zich langzaam prijsgevende kunst recht doet. Mining the mindminding the mind: zowel kunstenaars als critici ontkomen er niet aan in het duister te tasten.

‘Imminent Tempest’ (1999). Cibachrome-foto, eikenhouten lijst, 105,3 x 140,2 cm.Beeld Stedelijk Museum Breda


Maar het donker, toont deze expositie, hoeft geen eindpunt te zijn: het is ook een nieuw begin. Zo interpreteer ik tenminste de foto van een stel felgekleurde eieren in een verschroeid nest in een platgebrand landschap (Imminent Tempest, 1999). Waar wit alle kleuren bevat, daar bevat zwart de potentie van alle kleuren. In deze uitzonderlijke expositie wordt die potentie meer dan verwezenlijkt.

Lees hier het originele artikel.

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief